Décisions disciplinaires des Chambres (jurisprudence)

Voici une sélection des décisions disciplinaires les plus intéressantes prises par les chambres disciplinaires de l’IPI. Sauf indication contraire, toutes les décisions ci-dessous ont force de chose jugée, ce qui signifie qu’il s’agit de « décisions finales ». Aucun recours ne peut donc plus être intenté contre ces décisions, sauf mention contraire.

  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    03 février 2011
    Uitvoerende Kamer
    1791 (T5089)
    Résumé: 

    Aangeklaagde vastgoedmakelaar zou als stagemeester een maandelijkse vergoeding van €375 van de stagiair geëist hebben, vooraleer diens stagerapporten te willen ondertekenen. De Uitvoerende Kamer tilt hier bijzonder zwaar aan, en legt de vastgoedmakelaar een schorsing van 3 maanden op.

    Type de plainte: 
    Probité et dignité
    Stage
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    19 novembre 2010
    Uitvoerende Kamer
    1718 (T3695)
    Résumé: 

    Schaden van een collega-makelaar – oneerlijke handelspraktijken – gebrek aan respect en ontzag– gebruik van niet conforme bemiddelingsopdrachten - onvoldoende controle en/of continu toezicht te hebben georganiseerd – onrechtmatig toe-eigenen van titels - gebruik van niet conforme documenten

    Type de plainte: 
    Contrat non conforme
    Collaboration à l'instruction
    Probité et dignité
    Confraternité
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Waarschuwing
    18 mars 2010
    Uitvoerende Kamer
    813 (T3620)
    Résumé: 

    Schenden exclusiviteitscontract van een collega-makelaar – oncollegiaal optreden - Inbreuk op de artikelen 1, 8, 17, 23, 48 en 64 van de plichtenleer van het BIV, op de WHPC en het KB van 12 januari 2007.

    Type de plainte: 
    Probité et dignité
    Confraternité
    Contrat non conforme
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    11 février 2010
    Uitvoerende Kamer
    793 (T2335)
    Résumé: 

    Niet plaatsen van het voorschot op de derdenrekening – overeenkomsten gebruiken die onduidelijk en dubbelzinnig zijn opgesteld– geen kwijting/ facturatie verlenen van geïnde bedragen –veinzen van een hoger bod – onduidelijk adverteren - gebrek aan toezicht en controle – gebruik van niet-conforme documenten - Inbreuk op de artikelen 1,4,8, 20, 22 ,23, 25, 27, 28, 33, 44 van de plichtenleer van het BIV en artikel 94 van de WHPC.

    Type de plainte: 
    Contrat non conforme
    Supervision bureau & personnel
    Probité et dignité
    Transactions financières
    Courtage vente
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Berisping
    11 avril 2008
    Uitvoerende Kamer
    502 (T2626)
    Résumé: 

    Een vastgoedmakelaar moest zich voor de Uitvoerende Kamer verantwoorden vermits hij in de bemiddelingsovereenkomst met betrekking tot de verkoop van een woning een meerwaardebeding had bedongen. De overeenkomst voorzag dat de aangeklaagde de woning mocht verkopen tegen 55.000 euro netto in handen van de eigenaars zonder dat de aangeklaagde er nog een vergoeding van mocht aftrekken. Het commissieloon van de vastgoedmakelaar bestond uit de verworven meerprijs die kon worden bekomen boven het voornoemde bedrag. Aangeklaagde stelde de woning te koop voor 86.000 euro en verkocht ze uiteindelijk tegen 80.000 euro. In een reactie stelt de vastgoedmakelaar dat hij daarop de verkopers voorstelde om tegen een vaste commissie van 5% te werken, aangezien de meerprijs te hoog zou zijn. Dit zou geweigerd zijn. Op de zitting verklaarde aangeklaagde dat hij nog steeds met twee modellen van opdrachten werkt, één op meerwaarde en één met de gebruikelijke 5%. De Uitvoerende Kamer oordeelt dat het feit dat de vastgoedmakelaar dit meerwaardebeding frequent blijft gebruiken ondanks het reeds ruime tijd geldende verbod niet aanvaard kan worden. Dat hij het beding niet steeds zou toepassen volgens zijn bewering, verandert hier niets aan.

    Type de plainte: 
    Courtage vente
    Probité et dignité
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    25 juin 2004
    Uitvoerende Kamer
    297 (T1731)
    Résumé: 

    De Uitvoerende Kamer buigt zich over een dossier waarbij de aangeklaagde vastgoedmakelaar in de briefwisseling met het Instituut steeds weigerde de nodige toelichting ten gronde te geven, zoals hem werd gevraagd door de verslaggever. Aangeklaagde beriep zich hiervoor op zijn beroepsgeheim. De Uitvoerende Kamer verwees naar de uitzondering die voorzien is in de Plichtenleer, wat maakt dat de vastgoedmakelaar gehouden is terzake te antwoorden en alle hem gevraagde inlichtingen over te maken. Aangezien er geen toelichting werd gegeven werd de tenlastelegging dan ook weerhouden.

    Type de plainte: 
    Courtage location
    Courtage vente
    Contrat non conforme
    Probité et dignité
    Collaboration à l'instruction
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    16 avril 2004
    Uitvoerende Kamer
    286 (T1653)
    Résumé: 

    De Uitvoerende Kamer besloot dat bewezen werd dat de vastgoedmakelaars in het kader van een verkoopsopdracht geen verzakingsbeding hadden opgenomen in de overeenkomst, gebruik hadden gemaakt van een meerwaardebeding, nagelaten te hebben vanuit hun marktkennis de reële waarde van het goed te schatten, gebruik gemaakt hebben van een onduidelijke overeenkomst en een ereloon te hebben bedongen dat niet in verhouding staat met de geleverde diensten. De vastgoedmakelaars worden door de Uitvoerende Kamer gesanctioneerd met een schorsing van 3 maanden.

    Type de plainte: 
    Courtage vente
    Contrat non conforme
    Devoir de recherche et d'info
    Probité et dignité

Pages