Jurisprudence disciplinaire : décisions disciplinaires des Chambres

Voici une sélection des décisions disciplinaires les plus intéressantes prises par les chambres disciplinaires de l’IPI. Sauf indication contraire, toutes les décisions ci-dessous ont force de chose jugée, ce qui signifie qu’il s’agit de « décisions finales ». Aucun recours ne peut donc plus être intenté contre ces décisions, sauf mention contraire.

  • Date Chambre Décision (dossier)
    Suspension
    20 janvier 2010
    Chambre d'Appel
    599 (D2997)
    Résumé: 

    Collaboration à l’exercice illégal de la profession – absence de contrôle et de direction
    effective de la société – manquement aux articles 4 et 22 du code de déontologie.

  • Date Chambre Décision (dossier)
    Vrijspraak
    22 avril 2009
    Chambre d'Appel
    553 (D2749)
    Résumé: 
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    17 février 2009
    Chambre Exécutive
    349 (D2632)
    Résumé: 

    Violation du devoir de discrétion – manquement aux articles 1 et 34 du code de déontologie.

  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schrapping
    24 juin 2005
    Uitvoerende Kamer
    344 (T1819)
    Résumé: 
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Schorsing
    16 avril 2004
    Uitvoerende Kamer
    286 (T1653)
    Résumé: 

    De Uitvoerende Kamer besloot dat bewezen werd dat de vastgoedmakelaars in het kader van een verkoopsopdracht geen verzakingsbeding hadden opgenomen in de overeenkomst, gebruik hadden gemaakt van een meerwaardebeding, nagelaten te hebben vanuit hun marktkennis de reële waarde van het goed te schatten, gebruik gemaakt hebben van een onduidelijke overeenkomst en een ereloon te hebben bedongen dat niet in verhouding staat met de geleverde diensten. De vastgoedmakelaars worden door de Uitvoerende Kamer gesanctioneerd met een schorsing van 3 maanden.

    Type de plainte: 
    Contrat non conforme
    Devoir de recherche et d'info
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Radiation
    23 octobre 2001
    Chambre Exécutive
    101 (D823)
    Résumé: 
  • Date Chambre Décision (dossier)
    Vrijspraak
    10 novembre 1999
    Uitvoerende Kamer
    53 (T610)
    Résumé: 

    De makelaar zou in een verkoopsopdracht een prijs hebben aanvaard, terwijl hij had moeten weten dat deze manifest onrealistisch was. Volgens de Uitvoerende Kamer dient de makelaar de eigenaar tot meer redelijkheid te brengen en kan hij desnoods zijn tussenkomst weigeren. De Kamer stelt echter ook dat de raming van een onroerend goed geen exacte wetenschap is. Aangezien naar alle waarschijnlijkheid en bij gebreke aan bewijs van het tegendeel de makelaar de eigenaars correct heeft geïnformeerd omtrent de waarde van hun appartement spreekt de Kamer hem vrij van de tenlastenleggingen.

    Type de plainte: 
    Courtage vente
    Devoir de recherche et d'info

Pages